yaka mama

 Op deze pagina:

- Kritiek van Annemie Leysen

- Interview over Yaka Mama

Een kritiek op Yaka Mama uit de krant De Morgen:
Uit: Heiligt de doelgroep de middelen? (Annemie Leysen)

(…) Meer lucht is er te vinden in Yaka Mama van Anna Coudenys. Een echt Belgisch boek is het, over de zes maanden, van december 1959 tot 30 juni 1960, voorafgaand aan de onafhankelijkheid van Belgisch Kongo. Met veel zin voor observatie beschrijft Coudenys het leven van een heterogeen groepje kolonialen en Leopoldstad, die met lede ogen en met ongeloof het eind van hun koninkrijk zien naderen. De loodzware vochtige hitte, de luie terrasjes op de Boulevard, het eeuwige gezeur van de dames over de boys, de kleuren en geuren van de tropen, de uitstapjes naar de Lac, de tergende migraines, de intriges tussen de blanken, het geeft een overtuigend beeld van een verdwenen tijdperk.
   Het relaas wordt anekdotisch, zonder historische uitleggerigheid, gedaan vanuit het standpunt van de veertienjarige Christine, een wat wereldvreemd enig dochtertje van een typisch Belgisch stel. Haar mopperige vader is “pennenlikker”, zit zijn ambtenarentijd uit, voortdurend hopend op promotie, en heeft weinig hoogte van wat er in de brousse gebeurt. Haar moeder heeft, naar eigen zeggen, “een zwarte ziel”, verknocht als ze is aan het Afrikaanse leven en aan haar boy Benoît. En dan zijn er ook Vera en Jef en hun kinderen, die dan weer de idealistische avonturiers in de vroegere kolonie vertegenwoordigen in het verhaal. Zij hebben contact met de zwarten en kennen hun gewoonten en gevoeligheden. Hun dochtertje Magda, Christines alom bewonderde en door haar benijde vriendinnetje, verdrinkt tijdens een zwempartij, maar blijft in het boek als toetssteen voor de onzekere Christine aanwezig.
   Coudenys bouwt ongemerkt de spanning op: ze evoceert de toenemende vijandigheid in de zwarte wijken, de baldadige feestvreugde en het degenererende officiële apparaat, de gesprekken over inpakken en wegwezen voor het te laat is. Ze laat de rollen langzaam maar zeker kantelen. Wanneer dan de indépendance een feit wordt en Leo een vogelvrije stad is geworden vol dronken en muitende zwarte soldaten, is de chaos compleet. De gruwelen tegen de blanken worden met veel pudeur, zonder sensatiezucht gesuggereerd. Door het gekozen perspectief komt de hele toestand nog verwarrender over. Yaka Mama is een boeiend en sfeervol boek. De personages en gebeurtenissen worden nuchter en afstandelijk en geloofwaardig tegelijk neergezet.

 

Interview met Anna Coudenys over Yaka Mama

Bent u zelf al eens in Kongo geweest?

Ik ben in december ‘60 geboren, een half jaar nadat mijn ouders uit Kongo waren weggevlucht. Mijn drie oudere zussen zijn in Kongo geboren, mijn ouders hebben er bijna elf jaar gewoond. Ik ben zelf nooit in Kongo geweest, maar mijn familie had Kongo wel naar België “geëxporteerd”: de leef- en eetgewoonten, de gastvrijheid, de sprekende papegaai, veel foto’s en siervoorwerpen … Ik was heel jaloers op mijn zussen die over Kongo spraken als over een paradijs en ik luisterde met open mond naar de vele fantastische verhalen die mijn ouders en hun vrienden over Kongo vertelden.

Wat is uw standpunt tov de indépendance?

Kolonisatie is nooit goed te praten, één volk mag onder geen enkel beding een ander volk uitbuiten. Dat is echter iets dat jammer genoeg ook in deze 21ste eeuw nog veel te veel gebeurt, alleen heeft het een andere naam gekregen. Kijk maar even naar de economische afhankelijkheid van zoveel derdewereldlanden, of de manier waarop olieproducerende landen worden behandeld.

Dat de autochtone bevolking van Kongo onafhankelijkheid eiste van België is normaal. De strijd die echter in Kongo is gevoerd heeft ook van veel blanken “slachtoffers” gemaakt, wat bij velen een groot trauma heeft veroorzaakt, vooral omdat ze zich, eenmaal terug in België niet begrepen voelden en zelfs beschimpt werden omdat ze ooit “kolonisten” waren.

De “indépendance” – letterlijk: de onafhankelijkheid – van Kongo is een ingewikkeld kluwen waarin veel politieke en economische factoren hebben meegespeeld, maar waarin men de menselijke factor compleet over het hoofd heeft gezien, met alle gruwelijke gevolgen vandien, voor blank én zwart. 

Wat is uw mening over de zwarte soldaten die zo hevig tekeer gaan op het einde van het boek?

Veel autochtone Kongolezen hadden een leven achter de rug getekend door verdrukking, apartheid, gruwelijkheden… veroorzaakt door het koloniale systeem. ie opgekropte woede daarover is op een bepaald moment tot uitbarsting gekomen.

De zwarte soldaten van de “force publique” stonden bekend als zeer gedisciplineerd en werden hoog gewaardeerd door de blanken om de manier waarop ze tucht hielden bij hun eigen bevolkingsgroep. Dat het juist die mensen waren die zoveel gruweldaden hebben gepleegd, heeft iedereen verwonderd. Ik ben absoluut geen expert en kan dus niet zeggen waarom precies zij zo heftig hebben gereageerd. Het is een open vraag. Aan de andere kant waren het precies die soldaten die zeer dicht bij de blanken stonden…

Veel vrouwen en meisjes zijn in die periode verkracht. Dat is verschrikkelijk. Maar weet ook dat veel zwarten jarenlang machteloos hebben moeten toekijken terwijl vrouwen en meisjes uit hun omgeving misbruikt werden door de blanken…

Vanwaar uw interesse voor Kongo?

Zoals ik al zei: Kongo was overal in mijn jeugd. Ik wilde er echt wel eens graag naartoe, naar dat paradijs van mijn oudere zussen. Omdat dat niet ging, heb ik er een boek over geschreven en dat heeft me zeer veel geholpen om mijn eigen leefwereld uit mijn kindertijd beter te begrijpen, om mijn ouders en zussen beter te begrijpen, om inzicht te krijgen in de mentaliteit bij mensen die in de kolonies leefden en werkten, vaak met de beste bedoelingen.

Dat is heel belangrijk in Yaka Mama: ik wilde geen oordeel vellen over de gewone mensen zoals jouw of mijn ouders of grootouders. Ik wilde ze beter leren begrijpen en dat begrip ook doorgeven. Zoals ik al zei: kolonialisme is niet goed te praten, maar we kunnen wel begrip opbrengen voor een ambtenaar of een schooljuf die “gewoon” probeert zijn werk te doen.

Een voorbeeld: Stel je voor dat er binnen vijftig jaar een periode komt waarin men met afschuw terugblikt op de manier waarop asielzoekers hier en nu behandeld worden. Je bent tegen dan bejaard en een van je kleinkinderen zegt vol afschuw: “wat ben jij toch een slechterik, oma, dat je die asielzoekers zomaar opsloot en ze zelfs naar hun land van herkomst terugstuurde, waarom gaf je ze geen eten, nam je ze niet in je gezin op, zoals wij dat nu doen?”

Vanwaar haalde u alle informatie om dit boek te schrijven?

Ik heb eerst en vooral alles gelezen over Kongo wat ik kon te pakken krijgen, alle geschiedkundige werken, romannetjes, encyclopedieën… Daarnaast heb ik ook mensen gezocht en gecontacteerd die over deze periode konden en wilden praten. Dat was niet simpel want veel mensen weigerden om met me te praten omdat ze bang waren dat ik hen zou verkeerd begrijpen, ze hadden het immers al zo vaak meegemaakt dat anderen hen voor “vuile kolonialen” uitscholden. Ik heb het geluk gehad zeer vriendelijke en goed gedocumenteerde mensen tegen te komen die me alle antwoorden konden geven op mijn vaak moeilijke vragen. Mijn research heeft zo’n dikke vijf jaar geduurd en sommigen onder hen hebben mij vijf jaar lang geduldig geholpen.

Heeft u zich gebaseerd op waargebeurde feiten?

Ja. Alle historische feiten en plaatsen in het boek kloppen. Al de rest is uitgevonden. Alle personages en alle details uit hun levens heb ik gefantaseerd, al zijn er natuurlijk massa’s anecdotes uit het leven van mijn gesprekspartners in geslopen. Het moest een realistisch verhaal worden, met alle beperkingen vandien: bijvoorbeeld: ik had dolgraag mijn hoofdpersoon vriendschap laten sluiten met het zwarte meisje Victoire, maar dat kon historisch gezien absoluut niet tot mijn verbijstering. De kloof tussen hen beide was veel te groot. Ik moest ook oppassen wat ik mensen liet doen: ze konden niet zomaar even naar België vliegen: een vliegtuigticket enkele reis was even duur als een maandloon! 

- – - – - – - -